Genius Loci - de binnenkant van het landschap

‘Genius loci’ bestaat hoofdzakelijk uit kleine landschappen in olieverf op paneel.
De schilderijen zijn gegroepeerd in reeksen van telkens een veertigtal paneeltjes van hetzelfde formaat (15 x 19 cm). Elke reeks heeft op haar beurt een andere locatie als onderwerp. De herhaling van een bepaald motief is hierbij een opvallende en fundamentele keuze. Per locatie worden de schilderijen bewaard in een houten cassette met bijpassende sokkel. De cassettes (of schrijnen) zijn aan de binnenkant voorzien van gleuven en bekleed met stof .Je kan de paneeltjes voorzichtig uit de gleuven lichten en één voor één bekijken. Uit elke cassette worden, afhankelijk van de tentoonstellingsruimte, een aantal ‘uittreksels’ geëxposeerd. De overige schilderijen kunnen eventueel geraadpleegd worden in de schrijnen. Het ‘geëxposeerde’ deel kan naar believen worden omgewisseld en gevarieerd.

De herhaling als methode resulteert in een verzameling van diverse landschapsinterpretaties, gaande van pleinairistische vergezichten tot semi-abstracte composities. De verschillende mogelijkheden die het medium en het motief bieden, worden  als het ware afgetast. Anderzijds beoogt het hernemen van hetzelfde motief een proces van intensivering en verdieping. Het beeld als resultaat van een zuiver visuele waarneming kantelt naar het domein van de ervaring. Omdat de schilderijen meestal als ‘veldwerk’ tot stand komen, zal de fysieke confrontatie met deze plekken (striemende wind, geur van opspattend water of rottend zeewier... ), het eindresultaat ook effectief verruimen. Ten slotte plaatst de herhaling het geheel in een rituele context, zowel in het scheppingsproces als in het exposeren van de resultaten.
Daarnaast heeft het project een duidelijke ecologische dimensie. In deze landschappen sluimert een onderliggend gevoel van melancholie en verlies. Door de focus op kustlijnen, een landschap dat onder invloed van de klimaatswijziging wellicht drastisch zal veranderen, wordt elke cassette een soort reliekschrijn, waarin de herinnering aan een dierbare plek wordt gearchiveerd, bewaard en gekoesterd.
De strakke opstelling met sokkels accentueert dit gevoel en geeft een tentoonstelling het karakter van een afscheidsritueel of rouwkamer.

De meeste landschappen hebben een ‘archaïsche’ uitstraling. De voorkeur voor desolate plekken aan de Engelse kust is hier zeker niet vreemd aan. Er zijn ook raakpunten met de typische ‘ongerepte’ landschappen waarin Land art  kunstenaars als Richard long hun werken hebben gerealiseerd. Qua stemming, koloriet en verfbehandeling is er eerder verwantschap met  bepaalde landschapsschilders uit de 19° eeuw (Théodore Rousseau, Gustave Courbet, Felix Ziem,  John Constable...)
Het veldwerk wordt telkens aangevuld met atelierwerk. Het concrete en meer fysieke landschap verschuift naar het archetypische landschap. De verwijzing naar een welbepaalde plaats is minder dwingend. De buitenwereld functioneert als scherm waarop de binnenwereld wordt geprojecteerd. Er groeit een dieper beeld: ‘de binnenkant van het landschap’. Het landschap wordt een zelfportret. In een aantal van deze grotere werken roept het vierkant formaat, dat uit zichzelf reeds minder ruimte suggereert, een bepaalde introspectie op. Het gebruik van acryl in plaats van olieverf laat meer snelheid en een vlottere combinatie met tekenmaterialen toe. De olieverf op groter formaat wordt dan weer stroever en dikker en meer nadrukkelijk verf. Zodoende wordt het landschap af en toe een concreet schilderij, zonder meer.

Westportholland 2008

Pigwaelod 2008


 




Westportholland 2009

Llanthony 2009

Cran ‘d Escalles 2009

Carsaig 2010


0rd 2010

Glen Shiel 2010


 
 WEBDESIGN david.ausloos@pandora.be